Op gepaste afstand aan het werk

Het was me het momentje wel: de woorden ‘geen handen schudden’ waren amper door hem uitgesproken of premier Rutte schudt hartelijk de hand van RIVM-directeur Jaap van Dissel. Uit gewoonte. Wilma Otten, gedragswetenschapper bij TNO, legt uit hoe dit komt, waarom het zo lastig is om 1,5 meter afstand te houden en geeft tips over hoe we dat in werkverband toch voor elkaar kunnen krijgen.

Afstand houden tot elkaar en regelmatig je handen wassen, het is allemaal gedrag. Ons gedrag wordt beïnvloed door twee systemen, legt Otten uit. “Ons gewoontegedrag komt voort uit ons reptielenbrein. Dit is onbewust gedrag waar we verder niet bij nadenken. Over ons bewuste gedrag, wat wordt aangestuurd via onze prefrontale cortex, kunnen we nadenken. Dit kost energie en het gaat ook langzamer.”

Gedrag veranderen

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat het houden van anderhalve meter afstand niet zo gemakkelijk is. “Dat komt omdat we hiervoor nieuw gedrag moeten aanleren. Het is niet normaal om zo’n grote afstand tot elkaar te houden. Het voelt zelfs een beetje onaardig. Regelmatig handenwassen is eenvoudiger, want dat deden we toch al, alleen moet het nu iets vaker.” Otten legt uit dat er een aantal stappen nodig zijn om gedrag te veranderen:

 

Weten: Ten eerste moet je weten dat er ander gedrag nodig is. Dit lijkt niet zo’n probleem te zijn. We weten allemaal wel dat we 1,5 meter afstand moeten houden.

Willen: Vervolgens moet je de intentie hebben om dit gedrag ook te vertonen. Bij de meeste werknemers zit dit ook wel goed. Bij het willen hoort ook de geldende sociale norm: vindt de omgeving (bijvoorbeeld collega’s) het ook van belang dat er afstand wordt gehouden? Otten waarschuwt wel voor de risico’s als de cijfers rond het corona-virus laag zijn: “Het is belangrijk om de risico’s voor besmetting onder de aandacht te houden. Benadruk ook de positieve effecten van het goede gedrag, zoals een kleinere kans om zelf besmet te raken en om anderen te besmetten.”

Kunnen: Om daadwerkelijk het gewenste gedrag te vertonen, moet je het ook kunnen. Op zich zijn werknemers wel in staat om afstand te houden, maar de omgeving kan wel invloed hebben. In winkels en op kantoren kan het door de architectuur en hoeveelheid mensen lastig zijn om voldoende afstand te houden.

(Blijven) doen: Uiteindelijk moet je het gedrag ook echt gaan vertonen. Doel daarvan is dat het nieuwe gedrag de nieuwe gewoonte wordt, waar je niet meer over na hoeft te denken. Dit gebeurt door te herhalen en te blijven doen.

Op het werk

Om op het werk die 1,5 meter afstand en andere maatregelen in de praktijk te brengen, kunnen we wel een steuntje in de rug gebruiken. “Die afstand is nog geen gewoonte. Als we er niet bewust aan denken, kunnen we snel in ons gewone gedrag vervallen. Zeker als we druk zijn of moe zijn, is het moeilijker om bewust die afstand te bewaren.” Dat steuntje in de rug kan door de werkplek zo in te richten dat medewerkers automatisch worden aangezet om het juiste gedrag te vertonen, het zogeheten nudging. Dat zien we ook veel in de publieke ruimtes, bijvoorbeeld door strepen te zetten, looprichtingen aan te geven en handgel neer te zetten. “In een bedrijf in België wordt gewerkt met sensoren. Als je per ongeluk te dicht bij elkaar komt, krijg je een signaaltje. Dat is ook een goede manier om medewerkers te helpen op het moment dat het even fout gaat.”

Help elkaar

Elkaar aanspreken op het moment dat maatregelen niet worden nageleefd werkt in feite net zo. Otten: “Daarvoor is de cultuur belangrijk. Als werkgever kun je medewerkers oproepen om elkaar aan te spreken. Benadruk dat dit niet als terechtwijzing is bedoeld, maar omdat we weten dat we het allemaal wel eens vergeten. Het is om elkaar te helpen.” Leidinggevenden hebben hierin altijd een voorbeeldfunctie. “Het moet duidelijk zijn dat dit is zoals wij het doen. Door het juiste voorbeeld te geven en het dus ook te accepteren dat werknemers jou als leidinggevende aanspreken, wordt dit bevestigd”.

Vallen en opstaan

Het veranderen van gedrag kost tijd. En in die tijd maak je fouten. Otten: “Die fouten horen erbij, daar leren we van. Sta aan het einde van de werkdag eens stil bij wat er goed ging en wanneer het mis ging. Misschien merk je dat het ’s ochtends makkelijker gaat dan ’s middags, omdat je ’s ochtends nog fris en scherp bent. Dan kan het nuttig zijn om overleggen ’s ochtends te plannen, en misschien ook niet te lang te maken. Het kan ook helpen om op plekken af te spreken waar het gemakkelijker is om afstand te houden, bijvoorbeeld omdat er een tafel tussen staat.” Ook voor werkgevers geldt: “Heb geduld. Gun werknemers de tijd om aan te passen. Het is geen onwil, maar we vergeten het soms en dan zorgt ons reptielenbrein ervoor dat we vervallen in een oude gewoonte.”

 

Geschreven door Eveline Janse – Everlution in samenwerking met TNO

Hoe organiseert u uw werk op dit moment?